Werken met de aanwezigheidspiramide
Aanwezigheidsbeleid is breder dan het hebben van een eenduidig protocol. Daarom zijn we begonnen om het gedachtengoed van Chris Kearney en Patricia Graczyk de scholen in te brengen. Zij hebben een aanpak ontwikkeld in de V.S., gebaseerd op een wetenschappelijk onderbouwde aanwezigheidsvisie. Hierbij worden aan de hand van aanwezigheidsdata van je school in drie tiers (de ‘aanwezigheidspiramide’), interventies bedacht en ingezet om de aanwezigheid te verhogen.
Aanwezigheidsbeleid levend houden
Het is belangrijk dat scholen hun aanwezigheidsbeleid niet alleen op papier hebben, maar ook écht in praktijk brengen. Daarom hebben we elke school gevraagd om een implementatieteam in te richten dat hier actief mee aan de slag gaat. We stimuleren scholen om het protocol niet te ‘hebben’, maar te léven.
Met alle scholen is een nulmeting gedaan: waar staan we nu? Na een eerste fase van bewustwording en ontwikkeling werken we nu toe naar borging en doorontwikkeling. In de OAG en met de betrokken ketenpartners evalueren we het protocol samen, op basis van de PDCA-cyclus: plan, do, check, act.
Werken vanuit data en preventie
Een belangrijk uitgangspunt binnen dit project is dat we datagestuurd willen werken. Niet op basis van onderbuikgevoel, maar op basis van trends en cijfers. We gebruiken de piramide van aanwezigheid als kapstok: een hulpmiddel waarmee je op verschillende niveaus — schoolbreed, per leerjaar of zelfs per weekdag — gericht kunt sturen op aanwezigheid.
Om zicht te krijgen hoe we er als samenwerkingsverband voorstaan, maken we elke periode de balans op: hoe is de aanwezigheid van ál onze leerlingen, verdeeld naar de drie tiers? Bij goede aanwezigheid (tier 1) zijn leerlingen >95% aanwezig, bij ontluikend verzuim (tier 2) zijn leerlingen 90-95% aanwezig en bij zorgwekkend verzuim (tier 3) zijn leerlingen <90% aanwezig. Idealiter ziet de verdeling er als een piramide uit, met als wenselijke verdeling: In tier 1 zitten 80% (of meer) van de leerlingen, in tier 2 hooguit 15% van de leerlingen en in tier 3 hooguit 5% van de leerlingen.
We zien dat veel scholen vooral bezig zijn met het ‘topje’ van de piramide. Terwijl juist in de basis de meeste winst te behalen valt. Daar ligt de sleutel tot preventie. Als we daar beter zicht op krijgen en slimmer op sturen, komt dat uiteindelijk meer jongeren ten goede. Ons samenwerkingsverband is daarin al sterk: de ondersteuningsteams zijn goed opgetuigd. Nu is het moment om die beweging terug de klas in te maken.
Werken aan duurzame aanwezigheid
De komende periode richten we ons op het versterken en verdiepen van de aanpak. We vragen elke periode de piramides op van alle scholen, zodat we weten hoever we nog af liggen van het ideaalplaatje en waar ontwikkelkansen liggen. De periodieke piramides leiden tot vervolgstappen bij diverse gremia: gesprek over ambities op dit vlak, onderzoek naar hoe we tot ‘zuivere’ data komen en adviezen over welke interventies passend zijn om door de scholen ingezet te gaan worden. We laten ons leiden door de aangeleverde data. De contactpersoon vanuit het SWV doet dit samen met twee leden van de OAG.
Zo zorgen we ervoor dat aanwezigheid geen eenmalige actie is, maar een structureel onderdeel wordt van hoe we met elkaar werken aan passend en inclusief onderwijs. Naast de aanwezigheidsdata vragen wij periodiek onze thuiszitters en ingroeiers op bij de scholen. Zodoende hebben we zicht op de aantallen en categorieën die we daarin onderscheiden. Daarnaast wordt de opvraag gekoppeld aan het ingroeiersprotocol, zodat er meteen vervolgstappen kunnen ontstaan, vanuit de opgevraagde gegevens.